Masterproef: beleid voeren vanuit de opleiding

De opleiding voert een transparant en efficiënt masterproefbeleid dat garandeert dat elke student (a) de kans krijgt om een kwalitatief hoogstaande masterproef te maken die aansluit bij het programma, en (b) adequaat wordt begeleid. 

Wat? 

De masterproef vormt het decretaal verplichte sluitstuk van elke masteropleiding. Op basis van de decretale bepalingen (Codex Hoger Onderwijs art I.3 en art II.58) definieert de UGent de masterproef in het Onderwijs- en examenreglement vanaf academiejaar 2026-27 als volgt: 

De masterproef is een individuele of collectieve leersituatie waarin studenten op zelfstandige wijze een onderzoeksproject volbrengen. De studieomvang van een masterproef uitgedrukt in studiepunten is gelijk aan ten minste één vijfde van het totale aantal studiepunten van het opleidingsprogramma met een minimum van 15 studiepunten en een maximum van 30 studiepunten. 
Daarin geeft de student blijk van een analytisch en synthetisch vermogen en/of van een zelfstandig probleemoplossend vermogen op academisch niveau of van het vermogen tot kunstzinnige schepping. De masterproef weerspiegelt de algemeen kritisch- reflecterende ingesteldheid of de onderzoeksingesteldheid van de student. 

De masterproef vertrekt steeds vanuit een relevant onderzoeksprobleem, is gebaseerd op wetenschappelijke literatuur en bouwt doorgaans verder op (eigen) voorgaand onderzoek. Het gevoerde onderzoek is methodisch en verifieerbaar. Met de masterproef verwerven studenten vaardigheden zoals onderzoeksresultaten interpreteren, rapporteren en evalueren en onderzoek ontwerpen en uitvoeren. De promotor begeleidt dit hele proces.
Een masterproef zorgt voor een wetenschappelijke bijdrage aan het vakgebied die in sommige gevallen ook in praktijk of beleid kan worden omgezet. 


De opleiding is verantwoordelijk voor het masterproefbeleid. Een doordacht masterproefbeleid en -ontwerp is van belang om kwaliteit en eindcompetentieverwerving te garanderen. 

 

Hou rekening met de impact van (Gen)AI op jouw masterproef!

Sinds de lancering van ChatGPT in november 2022 heeft het grote publiek toegang tot (Gen)AI-tools. Die tools mogen aan de UGent gebruikt worden op voorwaarde dat het verantwoord gebeurt. Die aanpak heeft impact op de masterproef. Het bestaande masterproefontwerp is namelijk niet noodzakelijk meer de juiste aanpak om de kwaliteit en eindcompetentieverwerving na te gaan. Een opleiding moet daar dan ook rekening mee houden. 

  • Zorg voor een masterproef(her)ontwerp waarin je duidelijke keuzes maakt over procesbegeleiding en evaluatie en ondersteun promotoren en begeleiders om dit te realiseren.
  • Waak erover dat het team van masterproefbegeleiders over voldoende (Gen)AI-competenties beschikt om deimpact op de begeleidingsgesprekken en de evaluatie van de masterproef te kunnen inschatten. Zet daarvoor in op (deelname aan) professionalisering.

Waarom? 

Met de masterproef als sluitstuk van de opleiding tonen studenten aan dat ze de onderzoekscompetenties verworven hebben. Onderzoekscompetenties zijn alle competenties die nodig zijn om zelfstandig wetenschappelijk onderzoek uit te voeren. Het gaat om een brede waaier aan competenties zoals informatievaardigheden (zoekstrategieën, correct databeheer, …), onderzoek kunnen ontwerpen, academisch lezen, schrijven en presenteren, kritisch en probleemoplossend denken, wetenschappelijk integer handelen, zelfsturende vaardigheden, ondernemend handelen, … Studenten moeten binnen elke UGent-opleiding onderzoekscompetenties kunnen ontwikkelen, ook al hebben niet alle studenten de ambitie om een academische loopbaan aan te vatten. Onderzoekscompetenties zijn kenmerkend voor academische opleidingen en bruikbaar in vele sectoren. Een onderzoekende houding en feiten wetenschappelijk en kritisch benaderen zijn vaardigheden die voor iedereen belangrijk zijn, zeker in tijden van generatieve AI, polarisatie en desinformatie. 


Bovendien biedt de masterproef studenten de kans om een bijdrage te leveren aan het vakgebied en mogelijk ook breder aan de maatschappij of praktijk. Hiermee kunnen studenten zich profileren op de arbeidsmarkt of kunnen ze zich voorbereiden op een doctoraat of een vervolgstudie. Een masterproef kan een voedingsbodem vormen voor nieuwe onderzoeks- of doctoraatsprojecten. Bij een samenwerking met opdrachtgevers uit het werkveld kan een masterproef kansen bieden voor stages, gastcolleges en gezamenlijke projecten, en zo de maatschappelijke zichtbaarheid van de opleiding vergroten. Bovendien kunnen sterke masterproeven ook kandidaat-studenten aantrekken. 


Tot slot kan de masterproef dienen als een barometer van het algemene eindniveau van de opleiding. De opleiding kan via de masterproef de kwaliteit van haar opleiding toetsen en bijsturen. Opleidingen die investeren in een masterproefbeleid, ervaren een positieve impact op de kwaliteit van begeleiding en de kwaliteit van de afgeleverde masterproeven. Dit komt de kwaliteit van de opleiding (en de profilering) in zijn geheel ten goede. 

Aan de slag

Evalueer en bewaak de kwaliteit van (de begeleiding van) de masterproef   

Vind het antwoord op veelgestelde vragen over de masterproef 

  Volg de geldende procedures en richtlijnen   

 

Evalueer en bewaak de kwaliteit van (de begeleiding van) de masterproef

Ga met je opleidingscommissie aan de slag met verschillende aspecten van de masterproef. Agendeer en bespreek deze aspecten op de opleidingscommissie en stuur indien nodig het masterproefbeleid bij. Als opleiding zie je toe op de kwaliteit, de begeleiding, de evaluatie van en de communicatie over de masterproef. 
Opgelet: de meeste faculteiten hebben een eigen masterproefreglement. Bekijk dit zeker voor je zaken op opleidingsniveau wil wijzigen.


Wil je het volledige ontwerp van je masterproef herdenken? Neem dan contact op via onderwijs@ugent.be. 

Masterproefbeleid 

Waar moet je aan denken?

Acties en/of richtlijnen 

Kwaliteit van de masterproef

Raadpleeg en analyseer data om de kwaliteit van je masterproef na te gaan.

Raadpleeg de kwantitatieve en kwalitatieve data van de jaarlijkse masterproefbevraging.

Vraag feedback aan laatstejaarsstudenten over inhoud, proces, organisatie, begeleiding en evaluatie. 

Maak gebruik van de internationale programmatoets om feedback te krijgen op je masterproef.

Voer een analyse uit van de eindscore van de masterproef (variatie, gemiddelde, situering ten opzichte van  andere opleidingen in de faculteit)

Visie en doelen van de masterproef

Bekijk of de eindcompetenties nog relevant zijn en behaald (kunnen) worden in tijden van (Gen)AI.

Formuleer actuele en heldere eindcompetenties voor de masterproef die relevant zijn voor het eindniveau en in de mate van het mogelijke valide getoetst kunnen worden in tijden van (Gen)AI. 

Zorg ervoor dat de eindcompetenties voldoende generieke competenties bevatten. Generieke competenties worden immers belangrijker bij gebruik van (Gen)AI.

Voorzie een stapsgewijze opbouw/leerlijn van voorbereidende competenties in het opleidingsprogramma.

Begeleiding van de masterproef Adequate begeleiding is essentieel voor de kwaliteit van de masterproef en voor het leerproces van de student. Tijdens de begeleiding krijgen begeleiders zicht op het masterproefproces en geven ze feedback 

Maak het masterproefproces zichtbaar door het te laten documenteren. Zorg er ook voor dat het denkproces wordt blootgelegd tijdens de begeleidingsgesprekken. Als opleiding kan je beslissen dat studenten transparant moeten zijn over het gebruik van (Gen)AI en vragen om het te documenteren. 

Zorg voor minstens drie begeleidingsgesprekken: de student staat er samen met de promotor en/of begeleider voor in dat er minstens drie begeleidingsgesprekken gespreid over het masterproefproces plaatsvinden. Deelname aan die gesprekken is een voorwaarde om het schriftelijke werkstuk te mogen indienen.

In het geval van grote studentenaantallen overweeg je mogelijke ingrepen:

  • Masterproeven per twee of in groep toelaten. Zorg er in dit geval voor dat je steeds zicht behoudt op het individuele aandeel van studenten in het werkstuk. 
  • Masterproefseminaries/ -intervisies met peerfeedback. De promotor of begeleider modereert de gesprekken en bewaakt het academisch niveau.
  • Uitbreiden van de begeleiderspool: met goede afspraken over doelstellingen, begeleiding en evaluatie, kan je mensen uit het werkveld, aanverwante opleidingen of vakgebieden engageren.

Zorg voor een kwalitatieve procesbegeleiding:

  • Maak afspraken met alle begeleiders (in jouw opleiding) in functie van een kwalitatieve begeleiding. De onderwijstip ‘Masterproef: hoe begeleid je die?’ kan hierbij als leidraad dienen.
  • Professionaliseer (nieuwe) begeleiders: nodig hen actief uit om deel te nemen aan de vorming ‘Meester over de masterproef (en andere schrijftaken).’ Die vorming bestaat ook als e-learning. Je kan ook zelf een vormingsmoment organiseren waarin je inzet op onderlinge uitwisseling of intervisie over een bepaald thema (begeleiding, evaluatie,…). 
Valide, transparante en betrouwbare evaluatie van de masterproef

De evaluatie van de masterproef gebeurt holistisch en competentiegericht op basis van drie elementen: een evaluatie van het proces, van het schriftelijk werkstuk en van de mondelinge verdediging.

Houd rekening met de verplichtingen in het OER:

  • Evaluatie van het schriftelijk werkstuk en de mondelinge verdediging gebeurt door een jury die bestaat uit minstens één promotor en één commissaris. De promotor is verantwoordelijk voor de procesevaluatie.
  • De mondelinge verdediging is essentieel om vast te stellen dat de student de inhoud en totstandkoming van de masterproef kan verantwoorden en dat het werk aan de vereisten van wetenschappelijke integriteit voldoet. De opleiding beslist vooraf of de student tijdens de mondelinge verdediging een presentatie moet geven.
  • De leden van de jury bepalen op een holistische manier de eindscore van de masterproef. Dit betekent dat evaluatoren geen deelscores meer geven voor de verschillende elementen van de evaluatie (proces, schriftelijk werkstuk en mondelinge verdediging) die dan vervolgens mathematisch verrekend worden.
  • De eindscore geeft op een holistische wijze weer in hoeverre de student de eindcompetenties van de masterproef heeft bereikt. Uiteraard is het wel belangrijk om ten opzichte van de student transparant te zijn over de toegekende score.


Bekijk in dit document hoe je als opleiding de evaluatie van de masterproef moet vormgeven. Maak afspraken met evaluatoren en breng hen op de hoogte van de specifieke richtlijnen voor evaluatie van de masterproef. 

Communicatie naar studenten Zorg voor een  tijdige en heldere communicatie naar studenten.

Voorzie als opleiding een leidraad, masterproefreglement of vademecum voor studenten. Dit document bevat zowel rechten als plichten van studenten. Minimaal bevat dit volgende elementen:

  • eindcompetenties en evaluatiecriteria
  • richtlijnen met betrekking tot de begeleiding en (tussentijdse) feedback
  • richtlijnen voor het schriftelijk werkstuk en de mondelinge verdediging
  • richtlijnen in verband met verantwoord (Gen)AI-gebruik
  • praktische organisatie en deadlines
  • contactgegevens van begeleiders en promotoren
  • contactpersoon in geval van problemen (bv. ombudspersoon)


Organiseer een infosessie voor studenten vóór of bij de start van het masterproefproces

 

Vind het antwoord op veelgestelde vragen over de masterproef

Moeten studenten hun masterproef schrijven in het laatste modeltrajectjaar van de masteropleiding? 

Studenten schrijven hun masterproef normaal gezien in het laatste modeltrajectjaar van de masteropleiding. Uitzonderingen zijn mogelijk als de Onderwijsraad positief advies geeft en na goedkeuring door de Commissie Programma’s. Zo kan een opleiding de masterpoef eventueel spreiden over verschillende modeltrajectjaren (zie OER art. 43).
De faculteit bepaalt het tijdstip waarop studenten hun masterproef moeten indienen en beslist of de student naast een verplichte elektronische versie ook een papieren exemplaar (maximaal drie) moet indienen. De elektronische versie is de enige authentieke en komt in het archief van de Universiteitsbibliotheek (zie OER, art. 59 §4).


In welke taal mogen studenten hun masterproef schrijven? 


Studenten schrijven hun masterproef in de taal van de opleiding of in de taal die onderwerp is van de opleiding (in de taalrichtingen). In een andere taal schrijven of verdedigen kan enkel na goedkeuring door de faculteitsraad. De promotor moet die goedkeuring aanvragen. Let op: in een Nederlandstalige opleiding is in elk geval een Nederlandse samenvatting van de masterproef verplicht, ook als de masterproef in een andere taal geschreven is (zie OER, art. 59 §1). 


Wie mag promotor zijn van een masterproef?


Minstens één van de promotoren moet lid zijn van het ZAP, doctor-assistent van de UGent, gastprofessor of gepromoveerde onderzoeker in vast of tijdelijk dienstverband van de UGent of van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek Vlaanderen. De faculteitsraad moet de promotor(en) goedkeuren. 


Wie legt het onderwerp van de masterproef vast? Mogen studenten zelf het onderwerp kiezen?


De promotor bepaalt het onderwerp in overleg met de student. De faculteitsraad moet het onderwerp vervolgens goedkeuren. 
Wanneer de opleiding of promotor de onderwerpen aanreikt, is er een sterke aansluiting bij lopend onderzoek en het expertiseveld van de begeleider. Dat vergemakkelijkt inhoudelijke begeleiding, biedt meer zicht op het denkproces en de wetenschappelijke integriteit van de student en verhoogt de kans op doorstroom naar publicatie of academische loopbanen. Tegelijkertijd kan die aanpak zorgen voor minder motivatie bij de student, als het onderwerp niet de eerste keuze was, en is het een gemiste kans om de onderwerpenpool uit te breiden. Bovendien is dataverzameling nog het minst onderhevig aan de impact van GenAI-gebruik, waardoor je die vaardigheid idealiter aan de student moet overlaten. 
Wanneer studenten zelf hun onderwerp kiezen, ontstaat vaak een grotere en diversere onderwerpenpool. Dat is nuttig wanneer opleidingen moeite hebben om voldoende onderwerpen te kunnen aanbieden. Eigen keuze verhoogt doorgaans de motivatie en betrokkenheid van studenten. Tegelijk vraagt dit model meer sturing en opvolging, omdat de promotor niet noodzakelijk expert is in het gekozen domein. 


Hoe mag het eindproduct van de masterproef eruitzien?


Het eindproduct van de masterproef is steeds een schriftelijk werkstuk. Naast dit schriftelijke werkstuk kan een student ook een extra (authentiek) eindproduct afleveren. Denk daarbij aan specifieke prototypes of applicaties, beleidsdocumenten of ondersteunende producten voor een presentatie of wetenschapscommunicatie. Voorbeelden daarvan zijn posters, tutorials, video’s …

Mag casuïstiek (bijv. een bedrijfscasus, een klinische casus …) als wetenschappelijke methode voor de masterproef?


Dit kan op voorwaarde dat de student een onderzoekscyclus doorloopt. Enkel zo voldoet de masterproef aan de academische en methodologische vereisten van wetenschappelijk onderzoek. Er moet dus een duidelijke onderzoeksvraag of hypothese zijn; er moeten voldoende onderzoeksobjecten of meerdere casussen zijn om valide conclusies te kunnen trekken; de onderzoeksmethodologie moet uitvoerig beschreven zijn; en de analyse van de resultaten moet op een wetenschappelijke manier gebeuren. Daarnaast is een grondige toetsing aan bestaande wetenschappelijke literatuur vereist, aangevuld met een kritische bespreking. 


Kan de masterproef enkel nog bestaan uit een literatuurstudie?


Hoe meer (Gen)AI in staat is om een werkstuk in zijn totaliteit te creëren, bijv. bij literatuurstudies, systematische reviews of meta-analyses, hoe meer de opleiding moet inzetten op procesbegeleiding en verificatie om zo de eindcompetentieverwerving te garanderen. Wanneer je de procesbegeleiding en verificatie van eindcompetentieverwering niet kan garanderen, is een literatuurstudie als schriftelijk werkstuk niet meer toegestaan.


Wanneer is er sprake van fraude en kan je dit uit het schriftelijke werkstuk afleiden in tijden van (Gen)AI?


Er is sprake van fraude indien de student nepdata gebruikt of wanneer de student het denkproces over laat aan een (Gen)AI-tool. Dat laatste is, net als vroeger bij bijv. ghostwriting, niet af te leiden uit het schriftelijke werkstuk, en zal je tijdens de begeleidingsgesprekken én op een mondelinge verdediging moeten bevragen. Als daar blijkt dat de student (delen van) de masterproef heeft gemaakt met behulp van (Gen)AI zonder eigen ideeën en/of tussenkomst, kan je dat zien als fraude. De student heeft namelijk het denkproces uit handen gegeven en doet uitschijnen dat het product eigen werk is. De examentuchtcommissie neemt de beslissing of er al dan niet sprake is van fraude.
Plagiaat is een specifieke vorm van fraude. Plagiaat betekent nog steeds hetzelfde als vóór de komst van (Gen)AI: de student pleegt plagiaat door niet (correct) naar bronnen te verwijzen (bijvoorbeeld: er ontbreken bronnen, de bronnen zijn verzonnen of er staan verkeerde bronnen bij de gegeven informatie), of de student er nu een (Gen)AI-tool voor gebruikt heeft of niet. Deze vorm van fraude kan je wel detecteren met plagiaatdetectie. 


Mag je een AI-detector gebruiken?


Nee, dat mag je niet. Er zijn AI-detectoren op de markt die beweren dat ze gegenereerde teksten kunnen herkennen. Er is echter een grote kans op valse positieven. Dat betekent dat de software teksten bestempelt als gegenereerd door generatieve AI terwijl ze eigenlijk door een mens geschreven zijn. De detectoren “herkennen” teksten als gegenereerd door AI als die teksten weinig originele zinsneden, woordenschat … bevatten. Zo zullen dergelijke tools typische academische frasen, zoals ze bijv. in de Manchester Phrasebank staan, al snel zien als AI-gegenereerd omdat ze vaker voorkomen in het taalmodel. Daardoor kan je studenten die minder origineel schrijven, studenten met een andere moedertaal … valselijk beschuldigen van (Gen)AI-gebruik. 
Bovendien mogen studenten (Gen)AI-tools gebruiken, als ze dit op een verantwoorde manier doen. Zelfs als een AI-detector betrouwbaar zou zijn, dan biedt die nog geen extra informatie over het al dan niet geoorloofd gebruik ervan. 


Mag peerassessment in de masterproef?


Peerassessment mag, en kan mogelijkheden bieden voor procesevaluatie. Door medestudenten te betrekken in de beoordeling krijgt de jury bijkomend zicht op aspecten die ze zelf moeilijker kunnen observeren, zoals samenwerking en de individuele bijdrage aan het proces. De inbreng van peers kan zo het oordeel van de jury verrijken, zonder dat de academische verantwoordelijkheid verschuift. Peerevaluatie stimuleert bovendien, net als bij peerfeedback, het leerproces bij studenten. Let wel: de score die studenten elkaar toekennen kan slechts een beperkt deel uitmaken van de eindscore. Hoe je peerassessment kan organiseren, vind je terug in de onderwijstip Peerassessment: laat studenten elkaar beoordelen. 

 

Kan een student de masterproef hernemen in de tweede zittijd?

 
In de tweede zittijd kan een student het proces niet volledig opnieuw overdoen. Dat betekent niet dat de student geen progressie in de verwerving van de eindcompetenties kan vertonen. Het schriftelijke werkstuk en de mondelinge verdediging kan de student wel hernemen. Op die mondelinge verdediging zal de student dan ook die progressie moeten tonen, zodat ze in kaart kan worden gebracht. De precieze voorwaarden om een masterproef te hernemen in de tweede zittijd, zijn vastgelegd door de faculteit en staan in het facultair reglement.


Is een masterproefovereenkomst verplicht?


Een masterproefovereenkomst regelt onder andere de aansprakelijkheden als er een derde partij betrokken is bij een masterproef (bijvoorbeeld: een bedrijf of externe organisatie). De overeenkomst is niet verplicht, maar zeer wenselijk. 
In totaal zijn er drie exemplaren die de promotor, de student, de externe partij en de facultaire onderwijsdirecteur moeten tekenen.  
De Facultaire Dienst Onderwijs (FDO) scant een ondertekende overeenkomst in en hangt ze als documenttype in Oasis aan het opleidingsonderdeel Masterproef van de student. De FDO houdt een ondertekend exemplaar van de masterproefovereenkomst bij. De twee andere exemplaren zijn voor de student en de derde partij. 
De modellen voor de masterproefovereenkomst vind je bij UGent TechTransfer  in het Nederlands en het Engels. Wil je iets veranderen aan de modelovereenkomst, contacteer dan het legal team van UGent Tech transfer via het GISMO contractaanmeldingsportaal.


Wanneer is het nodig een ‘eenzijdige verklaring vertrouwelijkheid en overdracht van recht’ te laten tekenen?


Soms is het nodig een ‘eenzijdige verklaring vertrouwelijkheid en overdracht van recht’ te laten ondertekenen, bijvoorbeeld in een onderzoeksproject waar geheimhouding van belang is. Dat kan ook buiten een masterproef, bijvoorbeeld bij een onderzoeksstage. Sommige onderzoeksgroepen laten studenten zo'n eenzijdige verklaring ondertekenen zodra ze een labo betreden.  Enkel de student moet de verklaring ondertekenen. De verklaring kan je zowel in Oasis als bij de vak- of onderzoeksgroepen (laten) bewaren. Het standaardmodel voor de eenzijdige verklaring vind je bij UGent TechTransfer. Wil je iets veranderen aan de modelovereenkomst, contacteer dan het legal team van UGent Tech transfer via het GISMO contractaanmeldingsportaal.


Kan een student de masterproef maken in het buitenland? 


Studenten kunnen de volledige masterproef in het buitenland afwerken of slechts een deel ervan (bijvoorbeeld: enkel het onderzoeksluik). In beide gevallen zijn er enkele aandachtspunten. Raadpleeg daarvoor de onderwijstip Masterproef tijdens een buitenlands studieverblijf: hoe begeleid en evalueer je die?

 

Volg de geldende procedures en richtlijnen 

  • Schrijf of actualiseer de studiefiche van het opleidingsonderdeel masterproef. 
  • Hou rekening met de specificiteit van de masterproef bij programmawijzigingen. 
    • Raadpleeg de pagina Programmawijzigingen in het Vademecum studieprogramma’s.
    • De beleidsmedewerkers kwaliteitszorg je faculteit zetten je graag op weg.    

Laat je ondersteunen

Laat je ondersteunen door de collega’s van onderwijs@ugent.be. Bekijk het ondersteuningsaanbod of mail voor het aanbod op maat naar onderwijs@ugent.be. 

Laatst aangepast 19 juni 2026 17:56